Maak je eerste plan
In dit artikel leer je hoe je een plan opent en invult in dare2plan. Na het lezen kun je:
- Een plan openen en de structuur begrijpen
- Tekstvelden invullen
- Resultaten aanmaken en bijhouden
- Acties aanmaken en beheren
- Het verschil tussen resultaten en acties herkennen
Een plan openen
Navigeer naar Mijn plannen in het hoofdmenu en klik op een plan om het te openen. De indeling van het plan hangt af van het gebruikte template. Elk template heeft zijn eigen pagina's en secties.

De planstructuur
Een plan bestaat uit verschillende onderdelen:
- Pagina's — Een plan kan meerdere pagina's bevatten, zichtbaar als tabbladen bovenin het plan.
- Secties — Elke pagina bevat secties: tekstvelden, resultaten, acties, of andere elementen die door het template worden bepaald.
Tekstvelden invullen
Tekstvelden zijn de vrije invoervelden in je plan. Klik op een tekstveld om het te bewerken. Je kunt gebruik maken van opmaak zoals vetgedrukt, cursief en lijsten.
Klik buiten het tekstveld om je wijzigingen op te slaan. Alle wijzigingen worden automatisch bewaard.
Resultaten en acties
Resultaten en acties zijn de twee belangrijkste bouwstenen om voortgang bij te houden in dare2plan. Ze hebben elk een eigen rol en zijn visueel te onderscheiden aan hun statusicoon.

Resultaten
Een resultaat beschrijft een meetbaar doel of gewenst uitkomst. Denk aan KPI's, deliverables of waarderingen.
Resultaten herken je aan het driehoek-icoon (▲) voor de status.
Er zijn drie typen resultaten:
| Type | Omschrijving |
|---|---|
| Getal | Een numerieke KPI, bijvoorbeeld "omzet" of "klanttevredenheid" |
| Waardering | Een sterrenwaardering van 1 tot 5 |
| Deliverable | Een voortgangsbalk van 0% tot 100% |
Je kunt bij een resultaat een norm instellen (minimum, maximum of bandbreedte). De statuskleur geeft aan of je op koers ligt:
- Groen — doel behaald
- Oranje — binnen tolerantie
- Rood — onder de norm
- Grijs — geen norm ingesteld
Acties
Een actie is een concrete taak die uitgevoerd moet worden. Acties hebben een verantwoordelijke, een deadline en een status.
Acties herken je aan het cirkel-icoon (●) voor de status.
Een actie doorloopt de volgende statussen:
| Status | Betekenis |
|---|---|
| Todo | Nog niet gestart |
| Bezig | In uitvoering |
| On hold | Tijdelijk gepauzeerd |
| Ter goedkeuring | Wacht op beoordeling |
| Klaar | Afgerond |
| Geschrapt | Vervallen |
| Uitgesteld | Doorgeschoven naar later |
Het verschil in het kort
| Resultaat (▲) | Actie (●) | |
|---|---|---|
| Doel | Meten of een uitkomst behaald is | Een taak uitvoeren |
| Voortgang | Via metingen en normen | Via statuswijzigingen |
| Voorbeeld | "Klanttevredenheid ≥ 8.0" | "Enquête versturen aan klanten" |
Een resultaat aanmaken
- Navigeer naar de sectie in je plan waar resultaten staan.
- Klik op Resultaat toevoegen.
- Vul een naam in en kies het type (getal, waardering of deliverable).
- Stel optioneel een norm in om voortgang te meten.
Een actie aanmaken
- Navigeer naar de sectie in je plan waar acties staan.
- Klik op Actie toevoegen.
- Vul een naam in, wijs een verantwoordelijke toe en stel een deadline in.
- Wijzig de status door op het cirkel-icoon te klikken.
Volgende stappen
- Werken met acties — Meer over taken, subtaken en samenwerking
- Resultaten bijhouden — Metingen, normen en voortgang
- Templates begrijpen — Hoe templates de structuur van je plan bepalen